De Profetie van de Adelaar en de Condor

Volgens de Profetie van de Adelaar en de Condor staat de mensheid op een belangrijk keerpunt. Ooit, in een ver verleden is het pad van de menselijke beschaving gesplitst: aan de ene kant de weg van het hart, van het intuïtieve en de mystiek (de condor), aan de andere kant dat van het verstand, het rationele en materialistische (de adelaar). Het een staat voor de inheemse culturen van Zuid-Amerika, het ander voor de westerse cultuur van Noord-Amerika en Europa. Na vijf eeuwen van genocide en onderdrukking is er in de laatste jaren van de twintigste eeuw een nieuw tijdperk begonnen. Het voortbestaan van de mensheid staat op het spel. Maar de adelaar en de condor hebben nu de mogelijkheid zich met elkaar te verzoenen. Als de condor en de adelaar weer samen leren vliegen, als hart en verstand op een lijn komen te liggen, kan het gevaar gekeerd worden. Conflict en onrust kunnen dan plaats maken voor een duurzame levenswijze die meer recht doet aan de aarde.

Vandaag heb ik een en ander gelezen over deze profetie, die afkomstig zou zijn van de Inca’s en die eeuwenlang mondeling is doorgegeven door het volk Q’ero in de Andes, die zich als de laatste erfgenamen van de Inca’s beschouwen. Het verhaal schijnt enigzins overeen te komen met ander overleveringen (zoals de roemruchte Maya-profetie). En ook de Hopi’s koesteren verhalen over dreigende atoomoorlogen.

Maar zijn deze profetieën werkelijk oeroud? Dat valt te betwijfelen. Het spoor leidt in eerste instantie naar de Amerikaanse psycholoog en medisch-antropoloog dr. Alberto Villoldo, die in de jaren zeventig in contact kwam met de Peruaanse hoogleraar Antonio Morales, wiens familie van de Inca’s zou afstammen. Beide waren geïnteresseerd in sjamanisme en hallucinogene middelen. Zij brachten het verhaal naar buiten en nodigden in november 1996 enkele Q’ero-sjamanen uit om naar New York te komen. Daar werd – zoals de deelnemers beweerden – in de Saint-John-the-Devine kathedraal voor het eerst sinds vijfhonderd jaar weer een oud Inca-ritueel opgevoerd. De verhalen verspreide zich razendsnel via het internet, en werden ook in Latijns-Amerika dankbaar aanvaard: voor de zuiderlingen was in dit verhaal immers een heldenrol weggelegd. Vooral de bestseller van James Redfield, De celestijnse belofte (1993) heeft een vruchtbaar klimaat voor dergelijke profetieën geschapen.

Alle versies van het verhaal lijken afkomstig te zijn van mensen die zich sinds de jaren tachtig en negentig bezighouden met sjamanisme. Er zijn – voor zover ik op het internet kan nagaan – geen oudere bronnen. “There are no historical documents, however, to buttress the claims of an Incan origin of this prophecy”, schrijft Robert Tindall in het boek Shamanic Odyssey dat in november 2012 zal verschijnen.

Tindall gelooft nog in de kracht van mondelinge overlevering. Maar in een recente studie naar de verhalen van de Q’ero concludeert Denise A. Kinch: “There is no scientific evidence supporting the existence of any Q’ero prophecies. … The Q’ero people have no prophesy concerning the world and its future. They exist day-to-day, year-to-year. Their prophecy is about day-to-day survival, and consists of being mindful and honoring each day. …. When I asked Don Manuel and other elders about alleged prophesies such as “the end of time”, “the coming of the fifth sun”, “the Pachacuti”, they had no idea what I was talking about. Don Manuel said he first heard about these “prophecies” when he started working with tourists in the lower villages. He told me these prophecies have no basis in the Peruvian culture.”(Walk Between Worlds: Thruth is Beauty, the Q’ero, 2010).

Andere antropologen hebben fundamentelere kritiek. Adine Gavazzi stelt dat de volkeren van de Amazone en de Andes vanouds een ander tijdsbesef hebben dan Europeanen: het verloop van de tijd wordt niet lineair, maar cyclisch en synchroon gezien. Verschillende werkelijkheden staan botweg naast elkaar. Men ervaart profetieën niet in het licht van de doortikkende tijd, maar als onderdeel van mythes die deel uitmaken van het dagelijkse leven (geciteerd door Tendall).

Zo kwam ik dan ook terecht bij een inspirerend boek van Hillary S. Webb, Yanantin and Masintin in the Andean World: Complementary Dualism in Modern Peru (2012). Webb maakt studie van het sjamanisme. Ze gebruikte onder begeleiding van een Peruaanse sjamaan een mescaline-achtig middel om meer te kunnen begrijpen van de Indiaanse cultuur, van de Westerse beschaving en van haarzelf. Een mooi geschreven boek, dat wel wat doet denken aan het klassieke werk van Carlos Castaneda. Haar conclusies zijn helder: we kunnen heel veel leren van de Indiaanse culturen, vooral waar het de beperktheden van het Westerse dualistische denken betreft. Maar als we inheemse mythes willen vertalen naar eindtijdprofetieën, maken we een cruciale fout. De Profetie van de Adelaar en de Condor gaat niet over het verleden en nog minder over de toekomst. Hij gaat over een zoektocht in het eigen innerlijk, over onze eigen verzoening met de tijd.

“Time, it felt, was not my friend. Time marched on, ever forward. Time deepened the lines in my face. It softened the regrets of the past but could never erase them. On some level, I felt trapped in time. I felt trapped by the fixed positions of present, past, and future. …According to so many Western psychological schools of thought, one’s present difficulties have their roots in past trauma’s; therefore, it is believed that only by deconstructing our past and the remnants of it that we cling to can we achieve psychological health. Within this cause-and-effect mentality, we are trapped in the annals of our own personal history. … The Western lineal model had developed an antagonistic relationship to the past and therefore could not seem to shake the unconscious dread of its contamination of the future. Certainly, this is an oversimplification in many ways. ….  And, yet, I couldn’t help but think that in many cases we identify so heavily with our past that we cannot free ourselves from it.”

In het boek beschrijft Webb hoe ze zich innerlijk bevrijdt van de druk van de tijd, hoe ze het profetische onheil van zich afschudt. En dat door het maken van een innerlijke reis, waarin ze tijdelijk samenvalt met het object van haar studie. Het non-dualistische (of beter: complementair dualistische) denken van de Andescultuur opent voor haar nieuwe perspectieven, geeft haar toegang tot de ervaring van een cyclisch of synchroon tijdsbesef, dat de liniaire tijd relativeert.

“The future … is not ahead of you, it’s behind you. That’s why you can’t see it. … the future must catch up with us … with our reality … You don’t have to work hard. There is no effort. You don’t have to run to catch up with it. It is catching up with you”, aldus haar jonge leermeester Amando: “You are not part of the solution, Princessa, you are the solution … And perhaps there was no problem to begin with.”

© Otto S. Knottnerus, 10 oktober 2012

Over Otto S. Knottnerus

Historisch-socioloog grensoverschrijdend historicus
Dit bericht werd geplaatst in Filosofie / Philosophie / Philosophy, Uncategorized en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op De Profetie van de Adelaar en de Condor

  1. Roelof Vos zegt:

    “And, yet, I couldn’t help but think that in many cases we identify so heavily with our past that we cannot free ourselves from it.” Wat een prachtige zin en wat een prachtige observatie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s