Secularisering in het Groningerland

Bespreking van het boek van Jonn van Zuthem, Harde grond: Kerkelijke verhoudingen in Groningen, 1813-1945, Assen: Van Gorcum 2012 (Groningse Historische reeks).

Gepubliceerd in: Religie & Samenleving 8 (2013), 344-348

Sommige boeken lenen zich goed voor een samenvatting, andere vragen om repliek. Er zijn ook boeken waar weinig op is aan te merken, maar die de lezer toch verleiden tot beschouwingen van een hele andere orde. Het boek dat de historicus Jonn van Zuthem schreef over de kerkelijke verhouding in Groningen gedurende de lange negentiende eeuw (1813-1945) is een degelijke studie naar de secularisering in deze provincie. Het beschrijft het uiteenvallen van de hervormde volkskerk, het ontstaan van gereformeerde geloofsgemeenschappen en de opkomst van de onkerkelijkheid. Zoals bekend, liep Groningen bij dit alles voorop. In de noordelijke kleistreek begon de Afscheiding onder leiding van Hendrik de Cock, in de hoofdstad van de provincie bevond zich de thuishaven en een van de belangrijkste bolwerken van de vrijzinnigheid in Nederland, en in Oost-Groningen leidde de opkomst van het socialisme tot een snelle ontkerkelijking die elders nauwelijks zijn weerga had. Het waren processen, die nauw met elkaar verweven waren, die ieder een ander geografisch zwaartepunt hadden, maar die uiteindelijk het kerkelijke leven in alle hoeken van deze provincie hebben gekleurd. Zelfs de theologische haarkloverijen die aan het einde van deze periode tot het ontstaan van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt leidden, kwamen het eerst tot uitbarsting in het Groningerland. Voldoende redenen om aan dit onderwerp een nadere studie te wijden.

Van Zuthems studie is het resultaat van een project dat werd gefinancierd door de Stichting Erven A. de Jager. De erfenis van dit oude drukkersgeslacht wordt stelselmatig ingezet om het onderzoek naar de historie en cultuur van de provincie Groningen te stimuleren. En dat met een uitstekend resultaat: tientallen blinde vlekken en halfvergeten onderwerpen zijn de afgelopen jaren voor het voetlicht gebracht, met als hoogtepunt de driedelige Geschiedenis van Groningen onder eindredactie van hoogleraar Maarten Duijvendak. Ook Van Zuthem schreef hierin een mooie bijdrage.

Toch kan Van Zuthems nieuwe boek mij niet in alle opzichten bevredigen. Niet omdat het een slecht boek zou zijn. Integendeel, aan de hand van statistisch materiaal en enkele diepgravende case-studies weet de auteur een uitstekend overzicht te geven van het proces van secularisering en de tendens tot confessionalisering die daar weer een reactie op vormde. Beginnend met het piëtisme en de verlichting – stromingen die hier diep geworteld waren – schetst hij een beeld van geleidelijke modernisering, waardoor het politieke en religieuze leven in deze welvarende landbouwprovincie volledig werd getransformeerd. Het is een verhaal dat wordt gekleurd door sociale tegenstellingen: tussen vrome kleine luiden en ruimhartige notabelen, tussen arme landarbeiders en rijke herenboeren. Het is ook een verhaal dat wordt gekenmerkt door verticale banden van wederzijdse trouw en onderlinge verplichtingen – tussen orthodoxe patroons en hun vrome achterban, tussen liberale opinieleiders en linkse volksbewegingen. En het is een verhaal van onderlinge conflicten, oude bondgenootschappen en nieuwe coalities, die tot profilering van de eigen stroming en verkettering van tegenstanders leidden.

De complexiteit van deze processen, de geografische en sociale verscheidenheid, de faseverschillen, de ongelijktijdigheid van het gelijktijdige – het zijn elementen die in een dergelijke analyse centraal dienen te staan. Ze komen in Van Zuthems boek uitvoerig aan de orde. Maar toch voel ik me bij het lezen onbevredigd. Misschien wel omdat ik daarbij geregeld de emoties mis, de mensen van vlees en bloed, de couleur locale, de authentieke geloofservaring en de wederzijdse herkenning die mij met het verleden bindt.

Orthodoxie

Boerderij van Otto Knotnerus Czn. te Nieuw-Scheemda, 1891

Degenen die mij kennen, weten dat ik uit een orthodox-hervormd milieu kom. Getekend door de christelijk-sociale wereld van het orthodoxe midden, erfelijk belast met de morele benepenheid van de evangelisatieprediking en behept met de gezagsgetrouwheid en het maatschappelijke verantwoordelijkheidsgevoel dat de christelijk-historischen vroeger eigen was. Mijn overgrootvader was in 1895 landbouwer in Nieuw-Scheemda, een energieke veertiger met een zwart pak, strikte, naar het piëtisme neigende opvattingen en gehuwd met een jongere vrouw uit het orthodoxe Oostwold, die haar godsdienstige opvoeding had gekregen op een kostschool in het Friese Spannum, waar de geest van het Réveil nog volop leefde.

Het orthodoxe web was wijd uitgesponnen; het omvatte honderden boerenfamilies, tientallen bevriende predikanten, theekransjes, leeskringen en een netwerk van dweperige kostschoolvriendinnen die in veel gevallen ook de huwelijken van hun verwanten arrangeerden. Het reikte van deftige familie Thomassen à Thuessink van der Hoop, die de jaarlijkse pinksterfeesten in het Slochterbos voor hun geloofsgenoten uit de hele streek organiseerde, tot aan eenvoudige landarbeiders, die soms hun halve leven hadden geaarzeld om belijdenis af te leggen, zolang de diaconie hen daartoe tenminste niet dwong. Het web van betekenissen reikte veel verder: boekenwijsheid verbond zich met overlevering, verhalen over God en Oranje, levensgeschiedenissen, gekleurd door heroïek en zelfvernietiging, godsvertrouwen dan wel eigenwaan.

Mijn overgrootouders en hun medestanders waren ronduit ontevreden over de vrijzinnige preektrant van ds. Menzo de Muinck Keizer, een statige oude heer die vaak afwezig was, omdat hij de boekhouding van een ijzergieterij in Martenshoek beheerde. De hervormde kerkdiensten werden slecht bezocht, niet door de arbeiders, evenmin door de liberale boeren die de predikant hadden aangesteld en nog minder door hun vrouwen. Toen in 1895 hun jongste zoon werd geboren, trotseerde het echtpaar het gezag van de dorpspredikant en lieten ze het kindje dopen in Oostwold door diens rechtzinnige tegenstander Jan Piers Eringa. Op de terugweg stopte de koets voor het huis van de 91-jarige overgrootvader, die de dopeling zegende.

Datzelfde jaar nog richtte mijn overgrootvader een hervormde evangelisatievereniging op, samen met zijn buurman Sieto Robert Mellema (eveneens landbouwer), twee landarbeiders en een watermulder. De diensten werden in de leegstaande voorkamer van een oude boerderij gehouden; als voorganger trad de 39-jarige evangelist Renger Dijkstra op, een voormalige koetsier uit Groningen die de gave van het woord bezat en door zijn eenvoudige geloofsgenoten op handen werd gedragen. Vijftien jaar later verrees het evangelisatiegebouwtje Eltheto (‘Uw koninkrijk kome’), gefinancierd door de beide boeren, maar bestuurd door het arbeidersvolk en enkele middenstanders, die met hun gezinnen het lokaaltje iedere zondag tot aan de nok toe vulden. Sociale conflicten werden met de mantel der naastenliefde bedekt. Een evangelist die in 1922 de kant van de stakende landarbeiders koos en de jonge boeren – behorend tot een volgende generatie – voor ‘wolven in schaapskleren’ uitmaakte, moest dan ook vertrekken.

Voormalige Nederlands-Hervormde kerk te Nieuw-Scheemda

Nog slechts een handvol boerenfamilies maakte gebruik van de grote kerk. Alleen bij de tienjaarlijkse stemmingen wist de kerkenraad zoveel lidmaten – zowel boeren als middenstanders en arbeiders – bij elkaar te krijgen dat de orthodoxen buiten spel bleven staan. De begroting was echter niet meer sluitend te krijgen, zodat de kerkvoogden tenslotte in 1928 de predikant moesten laten gaan. Drie jaar later verkregen de orthodoxen de meerderheid. Nadat de schulden waren gesaneerd, kon men tenslotte in 1942 een rechtzinnige predikant benoemen die het vertrouwen van beide groepen genoot. De gedeelde afkeer van de Duitse bezetter, de doorbraakgedachte en de theologie van Karl Barth maakten het uiteindelijk mogelijk dat theologische rechtzinnigheid en politieke vooruitgangsidealen elkaar vonden.

Desondanks zette de ontkerkelijking zich door, niet uit afkeer van de kerk, maar als beleefde desinteresse. De meerderheid van de landarbeiders stuurde de kinderen aanvankelijk nog wel naar de zondagschool, de predikant was welkom bij huisbezoek en onmisbaar bij begrafenissen, maar het kerkelijke fundament brokkelde steeds verder af. Toen kerkvoogd Jur Mellema (inmiddels de derde generatie) in 1962 voorstelde het zeventiende-eeuwse kerkgebouw te slopen, kwam het hele dorp weliswaar daartegen in actie, maar de vergrijsde groep kerkgangers smolt langzaam weg. Uiteindelijk duurde het tot 1982, voordat de laatste kerkgangers overgingen naar het orthodoxe Eexta en het kerkgebouw werd overgedaan aan de Stichting Oude Groninger Kerken.

Het verhaal van deze orthodoxe evangelisatie is typerend voor Oost-Groningen. Er was geen dorp zonder deze confessionele onderstroom, en waar de orthodoxen er alsnog in slaagden de meerderheid te krijgen (zoals in Eexta en Oostwold), splitsten meestal de vrijzinnigen zich af. De Nederlandse Protestantenbond had zijn eigen evangelisatiegebouwtjes, waarin de laatste erfgenamen van het modernisme mokkend standhielden tegen de dubbele bierkaai van linkse onkerkelijkheid en kerkelijk confessionalisme.

Misverstanden

Waarom deze uiteenzetting? Omdat er over het thema van de ontkerkelijking zoveel hardnekkige misverstanden bestaan. Mijn bejaarde vriend en leermeester Berend Koning, met wie we in 1985 een boek over de dorpsgeschiedenis maakten, wist het ooit raak te zeggen: ‘het is niet zo dat wij landarbeiders ongelovig zijn, maar we komen niet in de kerk omdat dat politiek is’.

Het is mij dus wat te gemakkelijk de snelle ontkerkelijking van het Groningerland toe te schrijven aan de vrijzinnigheid, hetzij als een gevolg daarvan of als een reactie daarop. Dat laatste deed bijvoorbeeld de socioloog E.W. Hofstee (in zijn schitterende sociografie Het Oldambt uit 1937). Hij stelde dat het vertrek van de landarbeiders uit de kerk vooral te wijten was aan het feit dat hun passend ‘geestelijk voedsel werd onthouden’.

‘Bij hun harde en moeilijke leven paste geen tere, zachtmoedige godsdienstvorm. Het idee van een strenge, ja harde God, die velen verwerpt, lag voor hen voor de hand. Hun hele bestaan was moeilijk en zwaar; een optimistische kijk op het leven kon van hen niet worden verwacht.’

Dit beeld – waaraan ook Van Zuthem niet helemaal ontkomt – klopt namelijk niet. De ontkerkelijking van de landarbeiders volgde die van de boeren op de voet. De denkbeelden die in het deftige vooreind van de boerderij werden omarmd, belandden ook in de boerenschuren. Het linkse liberalisme uit de boerenherbergen ontwikkelde zich, gekleurd door de lectuur en de sprekers die men uitnodigde, in de dorpen tot een vorm van ondogmatisch socialisme, dat nog het meest werd gekenmerkt door de leuze ‘helpt uzelven’.

Maar het omgekeerde deed zich ook voor. Een orthodoxe elite, terend op de half verdrongen herinneringen aan oranjeoproer en kerkelijke onverzettelijkheid, nam de leiding in het bijeenrapen van de verdwaalde schapen, het verbinden van balsturige dorpsgemeenschappen zoals Wagenborgen en Onstwedde, en het leggen van contacten naar de hogere echelons van de samenleving. En de eenvoudige vromen, die zich niet thuis voelden onder dit kerkelijk geweld, haakten af. Dat begon al in de strijd rond de volkspetitionnementen van 1853 en 1878, en de pogingen grip te krijgen op het openbare onderwijs. Het is het verhaal van de antithese, een term die ik bij Van Zuthem maar enkele keren ben tegengekomen, maar die door zijn radicale karakter de Nederlandse religieuze geschiedenis doet afsteken ten opzichte van het gebeuren in de buurlanden, waar geloof en politiek niet zo scherp tegenover elkaar zijn komen te staan als bij ons.

Het is niet zo dat wij niet geloven, stelde daarom de links-liberale voorman Sam van Houten in zijn populaire boek Bijdragen tot den strijd over God, eigendom en familie uit 1883. Maar, vervolgde hij, de definities van godsdienst, bezit en moraliteit, die de confessionelen ons willen opdringen, delen wij niet.

De geblokkeerde God

De Franse filosoof Bruno Latour spreekt in dit opzicht wel van de geblokkeerde God, de doorgestreepte God, le dieu barré. Het moderne denken heeft het religieuze besef al vanaf het begin van de verlichting toegewezen aan het domein van het hogere, het transcendente. Daarmee verdween het geloof uit het dagelijks leven, uit de natuurwetenschappen, uit de politiek en uit de betekenisgeving.

De theologen hebben zich daarbij neergelegd. En de politieke elites die zich het meest met de heersende kerk verbonden voelden, hebben zich het domein van het transcendente vervolgens toegeëigend. De geloofservaring werd onderdeel van een hogere werkelijkheid, die als het ware van buitenaf morele voorschriften en ervaringsmodellen aan de gelovigen oplegde. Ik overdrijf een beetje, alleen maar om duidelijk te maken dat het mes van de ontkerkelijking aan twee kanten snijdt. Wat in verdrukking komt, is de authentieke geloofservaring van levende mensen, die geworteld is in hun dagelijkse praktijk, in hun strijd om te overleven, in hun gedachten en hun gewone pleziertjes.

De vrijzinnigen misten de directe toegang tot deze geleefde werkelijkheid, ze bereikten de ‘harten van de mensen’ niet, zoals hun rechtzinnige tegenstanders treffend vaststelden. De orthodoxen slaagden daar weliswaar beter in, maar daarvoor moest een zware tol betaald worden.

Ik zou hier nog meer kunnen schrijven over de extremen. Over de lotgevallen van de orthodoxie, maar ook over hun radicale tegenstanders, de Multatulianen, anarchisten en vrijdenkers, die gebruik maakten van hetzelfde fonds aan religieuze ervaringen en religieuze taal om hun gelijk te bewijzen. Ze ontbreken helaas in deze studie. Er zijn opvallende raakvlakken: het passieve revolutiegeloof van de anarchisten, als een geloof dat de revolutie spontaan uit de lucht zou komen vallen, een soort Polynesische cargocult, leek opvallend veel op het vertrouwen dat hun orangistische voorouders hadden in de macht van de stadhouder. Niet voor niets werd Domela Nieuwenhuis door de Friese veenarbeiders ‘onze verlosser’ genoemd. En er zijn meer raakvlakken die zich op de politieke kaart van Noord-Nederland en het aangrenzende Duitse gebied haarscherp aftekenen. De belangrijkste bolwerken van het achttiende-eeuwse piëtisme werden in de tweede helft van de twintigste eeuw bolwerken van de sociaaldemocratie. Het ongepolijst volkse, naar binnen gekeerde en op waarachtigheid gerichte denken van de piëtisten zette zich ook in het linkse liberalisme en anarchisme voort, soms zelfs tot op de dag van vandaag.

In dit verband zouden we het ook kunnen hebben over de maatschappelijke arena, de politieke en religieuze strijd tussen rechtzinnigen en vrijzinnigen, die van dorp tot dorp werd gevoerd met hele verschillende uitkomsten. Maar ik wil toch meer aandacht vragen voor het midden, de authentieke geloofservaring, nog niet gemangeld tussen rationalisme en transcendent Godsgeloof.

Ik ben ervan overtuigd dat juist in dat miskende midden de sleutel zit voor de vraag waarom de secularisering zich op de ene plek zoveel sneller heeft doorgezet dan de andere. En ik heb ook het vertrouwen dat in dit midden, in het midden van de dingen, in medias res (aldus Michel Serres), in de middenweg van de vier edele waarheden en het achtvoudige pad, zoals dat in een hele andere geloofstraditie heet, de belangrijkste oplossing ligt voor de spirituele crisis die veel tijdgenoten nu menen te ervaren.

Haren, 19 juli 2013

Advertenties

Over Otto S. Knottnerus

Historisch-socioloog grensoverschrijdend historicus
Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis / Geschichte / History en getagged met , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Secularisering in het Groningerland

  1. Uitstekend verhaal van deze uit een klassiek CH milieu komende Knottnerus,
    net als de Mellema’s uit Nieuw Scheemda. De laatste Duitser in mijn
    familie woonde in Nw Scheemda, Hamrikkerweg 78, als straatarme
    boerenarbeider. Via Korte Akkers, Zevenhuizen naar Smilde ging de
    boerentak, die eind 19e eeuw ook CH werd. Ik schrijf de geschiedenis van
    de familie. Knottnerus maakt mij heel veel duidelijk!
    Inmiddels ook boek van Knottnerus en Koning over historie Nw Scheemda gevonden en gekocht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s