De fabel van lactose- en glutenvrij eten

Tarweveld bij Hazerswoude

Sommige berichtjes zetten je aan het denken. Op één punt heeft de Belgische natuurgenezer Stef Mintiens namelijk helemaal gelijk: de voedingsmiddelenindustrie – ook de ‘alternatieve’ bedrijven – maakt schaamteloos gebruik van onze angst voor gluten en lactose (melksuiker). ‘Glutenvrije voedingsmiddelen zijn een miljardenbussiness geworden’, schreef Die Zeit onlangs, ‘Iedere maand brengen multinationale concerns nieuwe producten op de markt. Het glutenonderzoek maakt hoogtijdagen door en produceert duizenden wetenschappelijke artikelen’. In de Amerikaanse markt voor glutenvrije producten ging in 2011 maar liefst 1.3 miljard dollar om en men verwachtte een verdere stijging van ruim 10 procent per jaar.

En dat terwijl naar schatting maar 0.6 procent van de West-Europeanen last heeft van coeliaki en 5 procent van lactose-intolerantie. De meesten van ons stammen nu eenmaal af van honderd generaties akkerbouwers en zestig generaties veetelers. Kinderen die dit voedsel minder goed konden verteren, hadden een verminderde overlevingskans. In andere delen van de wereld, waar vanouds weinig koemelk werd gebruikt, is de overgevoeligheid voor lactose veel wijder verbreid.

Maar moeten we in plaats daarvan bang zijn voor tarwe en gepasteuriseerde koemelk? Dat is wat Mintiens in zijn recente blog (een voorproefje van zijn nieuwe boek) beweert. Onze tarwe zou genetisch zover afstaan van de tarwe van onze grootouders, dat maar liefst 30 procent van de mensen er last van zou hebben. En 90 procent van de mensen zou niet goed tegen koemelkeiwitten kunnen. Daarom raadt Mintiens aan ‘gezonde, volwaardige granen zoals spelt, kamut, quinoa en rogge’ te eten dan wel ‘biologische, oude, niet gemanipuleerde tarwerassen … die we gelukkig nog vinden in Duitsland, Zuid-Frankrijk en Italië’.

Laat ik voorop stellen dat voedingspatronen voor iedereen anders uitpakken. Dagelijks een paar sneden volkoren tarwebrood bevalt mij persoonlijk uitstekend, te veel melk geeft me een opgeblazen gevoel en soja bezorgt me – net als bonen – darmkrampen. Daar hoeft op zich niks mis mee te zijn. Kool, uien en koolraap zijn hartstikke gezond, maar onze voorouders wisten al heel lang dat je daar ook erg winderig van kunt worden. Als je ergens last van hebt, valt er iets te onderzoeken. Je kunt producten laten staan waar je beroerd van wordt, genoegen nemen met enig ongenoegen of zelfs de vraag stellen of je iets voelt omdat je verwacht het te voelen. En dan is er nog niks mis.

Maar Mintiens, een voormalige tandarts die zich op homeopathie en acupunctuur heeft toegelegd, beweert iets anders: grote groepen mensen zouden last hebben van tarwe- of koemelkintolerantie. En daarom kunnen ze maar beter deze producten vermijden. De vraag is natuurlijk voor mij of zijn argumentatie klopt.

De medische literatuur onderschrijft zijn beweringen in elk geval niet. In de VS lijdt ongeveer 0.4 procent van de kinderen en 0.5 pct van de volwassenen aan tarweallergie. En de allergie voor koemelkeiwitten treft ongeveer 2 tot 3 procent van de kinderen in de Westerse wereld. Beide allergievormen verdwijnen vaak als de kinderen opgroeien. Overgevoeligheid voor gluten – anders dan tarwegluten – is daarentegen mogelijk veel wijder verspreid dan we tot dusverre dachten. Het treft – zo meent men nu – ongeveer 5 tot 6 procent van de bevolking. En voor deze mensen vormen andere granen (of bijvoorbeeld geitenmelk) meestal geen alternatief.

Tarwe en spelt

Van koemelk heb ik minder verstand. Wel een beetje van granen. Als zoon van een tarweboer die tot de kenners van zijn vak behoorde, weet ik aardig hoe het er in de moderne landbouw toegaat. De hedendaagse tarwe is een plant die oorspronkelijk in de natuur niet als zodanig voorkwam. Er zijn grofweg drie soorten tarwe. De (tweerijïge) eenkoorn stamt direct van wilde grassen af. De (vierrijïge) emmertarwe is zo’n 15.000 jaar geleden ontstaan door een spontane kruising (hybridisatie) van eenkoorn met een andere grassoort. Beide tarwesoorten werden zo’n vijfduizend jaar later door de eerste landbouwers in het Midden Oosten gezaaid en geoogst. Uit de emmertarwe ontwikkelde zich de harde tarwe (durum- of macaronitarwe), die relatief veel eiwit bevat en vanouds in het Midden Oosten en rond de Middelandse Zee wordt verbouwd. Nauw verwant hieraan is de khorasantarwe, die tegenwoordig door Amerikaanse boeren onder de merknaam kamut® op de markt wordt gebracht. Door volgende kruisingen ontstonden de zesrijïge tarwesoorten, die meer gluten bevatten en zich daardoor beter voor het broodbakken lenen – waarschijnlijk eerst spelt, daarna de gewone tarwe. De oudste tarwe die voldoende gluten bevatte om brood te bakken, is gevonden in Griekenland en dateert van ongeveer 1350 v.Chr.

In de loop der eeuwen ontstonden duizenden regionale varianten en werden de aren en de korrels steeds zwaarder, zonder dat men hier bewust naar streefde. Dat veranderde rond 1870, toen boeren door bewuste selectie van zaaizaad nieuwe, productievere graanrassen ontwikkelden. De genetische diversiteit binnen de gezaaide gewassen nam daardoor af, maar doordat partijen zaaizaad over de hele wereld werd versleept, nam de diversiteit aan beschikbare variëteiten op den duur weer toe. De opbrengsten stegen met sprongen: in Nederland van 2500 tot 3000 kg per ha in 1920, 3500 tot 4000 kg in 1950 tot 8 à 9000 kg rond de eeuwwisseling. Daarvoor waren vooral de moderne landbouwtechnieken verantwoordelijk: mechanische grondbewerking, gebruik van natuurlijke meststoffen, kunstmest, herbiciden, pesticiden, fungiciden en groeiremmers. De tarwe zelf veranderde niet wezenlijk. Dit verhaal geldt in principe voor alle tarwesoorten, ook voor spelt en voor de macaronitarwe die in Zuid-Europa wordt geteeld. Bij spelt zijn de opbrengsten beduidend lager (6-7000 kg), maar de prijs is navenant hoger. Het gewas neemt bovendien genoegen met armere bodems.

Boeren en zaadfirma’s bleven bezig de opbrengsten te verbeteren, zonder dat er sprake was van enige vorm van genetische manipulatie, zoals William Davis ten onrechte in zijn boek Wheat Belly beweert (zie de stevige kritiek van de voedingsdeskundige Julie Jones; en hier nog een andere recensie). Ook in de VS is het nog steeds niet toegestaan GMO-tarwe te verhandelen, al groeit de politieke druk om dit wel te doen. Recentelijk was er nog een rel in Montana vanwege ontsnapte planten uit proefvelden.

Wat wel is veranderd, is ons dieet. Tarwe was in Nederland en België (afgezien van het Zuidwesten en de grote steden) een luxeproduct. Tot omstreeks 1950 aten de mensen voornamelijk aardappelen, gegaard roggebrood, havermout en boekweit. De bekende volkskundige J.J. Voskuil (van Het Bureau) heeft daarover ooit een prachtig artikel geschreven. Dat het dieet van de Wheat belly lijkt te werken, is volgens mij vooral een gevolg van de reductie in calorieën die hiermee gepaard gaat. We hebben het gewoon te goed.

En wat ook is veranderd, is de toegenomen macht van de grote voedselconcerns. Mintiens duidt daarop als hij probeert uit te leggen waarom moderne tarwe minder gezond zou zijn dan de tarwe die een halve eeuw geleden werd gegeten.

Ik ga het probleem van de tarwe heel sterk vereenvoudigd uitleggen: vroeger zaaide de boer zijn tarwe en hield bij de volgende oogst pakweg 5% aan de kant als zaaigoed voor het volgende jaar. In de loop van de eeuwen werden door kruising en selectie “betere” variëteiten bekomen. Zaaigoedfabrikanten vinden het niet zo leuk dat boeren op die manier zelfbedruipend zijn en verkopen liefst zoveel mogelijk zaaigoed, elk jaar opnieuw. Als je twee “soorten” met mekaar kruist, neem bijvoorbeeld een paard en een ezel , dan zijn de “nakomelingen” onvruchtbaar (een muildier of een muilezel). Als je Tarwe dus kruist met een grassoort, krijg je hetzelfde resultaat: onvruchtbare korenaren.

Inderdaad is het probleem bij de ontwikkeling van nieuwe tarwerassen dat de plant zelfbestuivend is, zodat je heel moeilijk systematisch stuifmeel van de ene variëteit naar de bloeiende planten van een andere variëteit kunt overbrengen. Daarom was zaadselectie vroeger een moeizaam proces. Om die reden hebben de grote concerns hybridisatiestoffen uitgevonden, waardoor de vrouwelijke plant tijdelijk geen stuifmeel produceert. Je kunt dan een hele partij zaaizaad in één keer bestuiven, zonder jarenlange selectie. De firma Hybrinova (in 1998 opgekocht door DuPont) ontwikkelde hiervoor in 1993 het middel Croisor®, dat vooral in Europa wordt gebruikt; Monsanto ontwikkelde het middel Genesis.

Maar in de volgende generatie wordt de bestuiving weer gewoon aan de natuur overgelaten. Er is dus geen sprake van onvruchtbare korenaren! En de belangrijkste genetische eigenschappen van de tarwe blijven onveranderd, want de kruising vindt plaats binnen dezelfde ondersoort. De schrijver zit er op dit punt volledig naast.

Wat evenmin klopt, is Mintiens’ bewering dat dit hybride zaad op grote schaal in ons tarwebrood zou worden verwerkt. Hybride tarwesoorten worden tot dusverre vrijwel alleen in Frankrijk geteeld. Daar komt inderdaad een groot deel van ons broodgraan vandaan. Maar het ging in 2012 om 210.000 ha, niet meer dan zo’n 4 procent van de tarwe die in Frankrijk werd geproduceerd. Buiten Frankrijk ging het nog eens om 40.000 ha. Daarmee valt de belangrijkste onderbouwing voor zijn stellingen weg.

Een belangrijk probleem is overigens wel dat deze nieuwe eigenschappen worden geclaimd door de grote fabrikanten en dat de boeren voortaan het zaadgoed verplicht via hen moeten kopen. Niet het hele pakket trouwens, want kunstmest en bestrijdingsmiddelen komen (voor een groot deel) van andere leveranciers. Het patentrecht is in de meeste landen van de EU nog vrij gematigd. Maar de graangiganten proberen hun rechten steeds verder naar Amerikaans model ten kosten van de boeren uit te bouwen. Daarover vindt een felle juridische en politieke strijd plaats, ook in Nederland, onder andere in de Beleidsadviescommissie Landbouwzaaizaden van het Productschap Akkerbouw. Over dit octrooirecht publiceerden juristen van de Wageningen University in 2009 een boeiend rapport, dat ik iedereen kan aanbevelen: Veredelde zaken – De toekomst van de plantenveredeling in het licht van de ontwikkelingen in het octrooirecht en het kwekersrecht.

Blijft de vraag waarom mensen die overgevoelig zijn voor tarwe vaak wel speltbrood kunnen verdragen. En dat terwijl het om verwante soorten gaat, die beide uit de grootschalige akkerbouw komen. Er zijn aanwijzingen dat dit wel degelijk te maken kan hebben met het type gluteneiwitten in de spelt. Ook de gluten in eenkoorn schijnen bij deze mensen minder agressief te werken. Tarwegluten bevatten – zo ontdekte hoogleraar Detlev Schuppan uit Mainz – agressieve eiwitten, die op mensen die daarvoor gevoelig zijn als een pesticide werken. Die tarweallergie is bovendien niets nieuws – ook vroeger kwam dit al voor in de vorm van bakkersastma. En waarschijnlijk namen veel mensen genoegen met een dagelijke dosis buikpijn zonder dat ze wisten waar dat van kwam.

Koemelk

Hoe zit het dan met onze overgevoeligheid voor melkeiwitten? Die zou volgens Mintiens door ‘generaties lang gebruik’ van gepasteuriseerde melk inmiddels zijn ‘ingebouwd in onze erfelijkheid, want kinderen die nog nooit koemelk aten of dronken blijken er ook intolerant voor te zijn’. Helaas, dat lijkt mij medisch vrijwel onmogelijk. Het gros van de Nederlanders (en Belgen) drinkt eerst sinds een of twee generaties gepasteuriseerde melk. Gewoonlijk duurt het zeker vijf tot tien generaties – met de daarbij behorende sterftepatronen – voordat genetische eigenschappen zich in de bevolking doorzetten. Ook hier lijkt de redenering niet te kloppen, zonder dat het probleem – als dat al in die mate bestaat – afdoende verklaard is.

Naturalistische dwaling

Wat resteert, is vooral Mintiens’ diepste overtuiging dat onbewerkte producten gezonder zijn dan bewerkte producten. Ieder technologisch proces, of het nu zaadselectie of pasteurisatie is, zou ons verder afbrengen van de natuur. Het is een voorbeeld van een redenering die filosofen de naturalistische dwaling noemen – de gedachte dat iets per definitie beter zou zijn als het dichter bij de natuur staat.

Historisch gezien is deze geconstrueerde tegenstelling tussen mens en natuur het product van de negentiende-eeuwse Romantiek. De eigenwijze mens bestempelt de buitenwereld als natuur en definieert zijn eigen beheptheden als cultuur – daarbij voorbijgaand aan het feit dat hij zelf deel uitmaakt van die ‘natuur’ en dat de waarneming daarvan alleen door zijn eigen ogen kan plaatsvinden. Er bestaat geen natuur buiten de mens, en er bestaat al helemaal geen onaangetaste menselijke natuur die gemakkelijk ontdaan kan worden van het vernis der beschaving. Wij zijn allemaal cyborgs – mengvormen van lichamen en techniek, zoals de feministische filosofe Donna Harraway treffend heeft opgemerkt. ‘Terug naar de natuur’ is een mythe die ontkent hoezeer ons hele leven is ingebed in de hybride mengvormen die het moderne bestaan kenmerken. Mengvormen die ons in toenemende mate afhankelijk maken van elkaar en van de rap slinkende draagkracht van onze planeet.

Mythen en fabels helpen soms om iets duidelijk te maken. Ze kunnen ook veel maskeren. Voor mij persoonlijk is de belangrijkste reden om weinig zuivelproducten te gebruiken vooral een kwestie van sociale verantwoordelijkheid – het enorme beslag dat veeteelt doet op de natuurlijke reserves van onze planeet. Quinoa koop ik uit principe niet – de vraag van de rijke westerlingen heeft dit basisvoedsel in de landen van herkomst onbetaalbaar gemaakt. En het is waar: bij de teelt van spelt worden minder meststoffen, fungiciden en pesticiden gebruikt dan bij tarwe. Ook dat is mooi meegenomen. Maar ja, die volkorenboterhammen smaken me nog steeds uitstekend…

Advertisements

Over Otto S. Knottnerus

Historisch-socioloog grensoverschrijdend historicus
Dit bericht werd geplaatst in Filosofie / Philosophie / Philosophy, Gezondheid, New Age en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s